Onbeschermde Nederlandse geschiedenis onder de waterspiegel dreigt in rap tempo verloren te gan. Alleen wanneer er nu maatregelen worden genomen, kan een cultuurhistorische ramp op zee- en rivierbodems worden voorkomen.
Deze alarmerende conclusie komt na een jarenlange inventarisatie van het maritiem erfgoed in ons land door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA), onderdeel van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB)

Foto: ROB/NISA
Een duiker van het NISA-duikteam zweeft onder water boven een scheepswrak in het Oostvoornemeer.
“De situatie is zorgwekkend”, verklaart Arent Vos, hoofd van het NISA-duikteamin Lelystad. “Of het nu om scheepswrakken, verzonken landschappen of bruggen gaat, zolang archeologische overblijfselen niet fatsoenlijk worden afgedekt, blijven natuurlijke processen hun eroderende werk doen en zal dit materiaal binnen 25 jaar echt verdwenen zijn.
Hij is somber gestemd over de staat waarin sommige van deze onderwatermonumenten zich nu al bevinden. Nederland telet een fiks aantal oudheidkundige restanten van vaartuigen, Romeinse infrastructuur en prehistorische nederezettingen in kust- en binnenwateren. Ze spreken boekdelen over het rijke maritieme verleden van onze voorouders. “Het gevaar komt uit allerlei hoeken. Door bv. de aanleg van de Afsluitdijk, de Deltawerken, uitbreiding van havens, baggerwerkzaamheden voor de kust en in rivieren zijn hele stromingspatronen veranderd. Eeuwenlang met zand en sediment bedekte overblijfselen komen hier door plotseling bloot te liggen en worden door het hard stromende water vernield en weggevoerd. Verder zijn vissers met hun netten, paalwormen die zich in het hout vreten en op oudheidkundige voorwerpen beluste sportduikers risicofactoren. Er moet nu worden gehandeld om niet toekomstige generaties de kans te ontnemen ons facinerende verleden op en langs de zee en rivieren te bestuderen.”
Bron: De Telegraaf, 01 oktober 2005

Foto: ROB/NISA
Het duikteam van het NISA, (twee vrouwen en vijf mannen) is verantwoordelijk voor het vele onderwaterwerk van het archeologisch onderzoek.

Foto: ROB/NISA
Het echoloodscherm is voor de duikers een onontbeerlijk instrument om de juiste plaats te bepalen waar gedoken moet worden.
Romeins schip uit Leidse Rijn wordt behouden voor de toekomst
Op donderdag 06 oktober wordt gestart met de conservering van het Romeinse schip De Meern 1, het meest complete Romeinse schip dat ooit gevonden is benoorden de Alpen. Voor de consevering is een speciaal basin (het grootste van Europa) vervaardigd in Lelystad. Het achterschip (12,5 m. lang) zal daarin in zijn geheel worden behandeld. Naar verwachting volgt over twee jaar het voorschip. Het is het grootste conserveringsprojegt in Europa. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig bodemonderzoek voert de werkzaamheden uit binnen haar gebouw van het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie. Het officiele startsein wordt gegeven door mevr.drs. Judiyh van Kranendonk, directeur-generaal van Directie Cultuur en Media van het Ministerie OCW.
Conservering
Het NISA-gebouw van de ROB beschikt over een conserveringsruimte waar het Romeinse schip de komense jaren wordt behandeld. De conservering met polyethyleenglycol (PEG) vindt plaats in een voor dit schip speciaal gemaakt basin. Het is maar liefst 14 m. lang, drie m. breed en drie m. hoog is. Door de PEG in de bak te verwarmen en rond te pompen worden alle delen van het hout gevuld met PEG. Al het water dat hierbij verdrongen is wordt direct weggepompt. Het hele proces zal naar verwachting vier jaar in beslag nemen. Daar mee is het schip wel veiliggesteld voor de toekomst.
Foto: ROB/NISA
(vervolg persbericht)
De bedoeling is, dat De Meern 1 teruggaat naar Leidse Rijn (Utrecht) naar de locatie de Hoge Woerd, de plek waar zich ee Romeins castellum (fort) bevindt. De ambitie is om het hier -met alle andere bodemvondsten en de aangetroffen inventaris – in een museum tentoon te stellen.
Bijzondere vondst bij toeval ontdekt
Het schip is in 1979 bij toeval ontdekt Tijdens de opgraving van de Romeinse weg bij De Meern (Utr.). Uit metingen van de ROB in 2002 bleek dat het schip opgegraven moest worden omdat het anders zou wegrotten. In 2003 heeft de opgraving plaatsgevonden. Het schip blijkt internationaal een unieke vondst te zijn. Ondanks zijn ouderdom (ruim 1800 jaar) is het bijna in zijn geheel bewaard gebleven. Opmerkelijk zijn de afmetingen van het schip (25 m. lang en 2,5 m. breed). Het schip is hiermee veel ranker dan de Romeinse schepen die eerder in ons land gevonden zijn. Daarnaast lagen in het woongedeelte (roefje) van het schip bijzonder veel uitzonderlijk goed bewaarde voorwerpen. Gereedschap, een fraai bewerkte houten kast en twee kistjes maar ook een
stylus (schrijfpen) en een haardplaats geven een goede indruk van het leven aan boord van dit Romeinse schip. Sporen van lading zijn niet aangetroffen. Wellicht was het schip in gebruik bij ingenieurs en bouwlieden van het Romeinse leger.
Te bezichtigen
Bezoekers kunnen het voorschip zien liggen op de spoelvloer.
Specialisten uit heel Europa hebben zich de afgelopenjaren beziggehouden met deelonderzoeken. De bevindingen zijn -deels- opgenomen in de presentatie rond het basin; in 2006 wordt de volledige publicatie rond dit schip verwacht (zie www.archis.nl,Projecten, de Meern).
Bron: Persbericht ROB/Gemeente Utrecht, 3 oktober 2005