geselecteerd als gefixeerd bericht

Even voorstellen:
Mijn naam is Chris Jorgensen, ik ben 69 jaar en woon in Lelystad. Sinds 1993 ben ik gids op de Batavia-werf in Lelystad. In de tijd die ik op deze werf doorbracht is ook het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie (NISA) naast de werf neergestreken. Door een goede samenwerking met de Batavia-werf kregen wij, als gidsen, met nog veel meer scheepshistorie te maken. Zo ook met de opgravingen van Romeinse schepen. Vandaar, dat ik met deze web-log, hier veel aandacht voor wil opwekken. Veel plezier.

Foto: Ton van der Voort. Aankleding: Archeon, Alphen a/d Rijn.

Chris Jorgensen als ‘Generaal Olenius’, in de 2e eeuw zetelend als Landvoogd in het Castellum Flevum wat stond in het gebied van de provincie Flevoland


15 November 2006
By on 02:26
Romeinse zeevaarders

De opkomst van de Romeinse zeemacht
Romes rivaal, Carthago, bezat de grootste vloot in het westelijk deel van de Middellandse Zee. Bij het uitbreken van de eerste Punische oorlog in 264 v. Chr. werd Rome gedwongen tot het bieden van tegenstand. het bouwde 100 schepen naar het model van een vergaan Carthaags voorbeeld.

Afbeelding: Peter ConnollyHét oorlogsschip in de 3e eeuw was de galei: een schip geroeid door meer dan één bank roeiers. Het Romeinse standaardtype telde vijf banken (quinquereme). De normale tactiek van een zeegevecht was de schepen elkaar te laten rammen met het uitsteeksel dat aan de voorkant juist onder de waterspiegel als een scherpe snavel uitstak.

De ‘Raaf’
De Romeinen waren echter geen echte zeelieden. Ze ontwikkelden een loopplank met een grote metalen punt aan het einde, die draaide om een paal op de voorsteven van het schip. Vanwege deze scherpe punt gaven de zeelui deze enterbrug de bijnaam ‘Corvus’ (raaf). De brug werd neergelaten op het dek van het vijandelijke schip, waar de scherpe punt zich in het dek boorde of achter het dolboord haken bleef, zo de twee schepen vast met elkaar verbindend. Met dit toestel boekte Rome een gtoot succes; het overmeesterde 50 schepen.

Afbeelding:Peter ConnollyBoven: De enterbrug in bedrijf. De soldaten gaan twee aan twee over de enterbrug, beschermd door hun schilden rustend op het kniehoge boord. Op deze wijze konden de Romeinen hun excellente infanterie zelfs op zee, als de éérste mariniers, in zetten!!.

De Romeinen bleven succesvol in zeeslagen en bouwden een vloot op van 350 schepen. maar ofschoon de schepen uitstekende gevechtsplatforms waren, waren ze niet zeewaardig. Waar de tegenstander faalde, hadden de weersomstandigheden vaak succes. De vloot raakte buiten de kust van Sicilie in een storm verzeild en 270 schepen leden schipbreuk, waarbij zo’n 100.000 mensenlevens verloren gingen. Toen het nieuws van dez verbijsterende ramp Rome bereikte, beval de Senaat tot wederopbouw van de vloot. In drie maanden tijd liepen 200 nieuwe schepen van stapel. In 241 v. Chr. werd de Carthaagse vloot beslissend verslagen. Vanaf die dag heeft Rome de heerschappij op zee behouden. De tijd van de zeeslagen was voorbij. Het enige latere gevecht van enige belangrijkheid vond plaats tussen Romeinen en Romeinen en wel tussen Augustus en Marcus Antonius bij Actium in 31 v. Chr

Bevelvoering
Als de vloot uitvoer, voerde de consul het bevel. Evenals te land werden voor de slag de goden geraadpleegd. Tijdens de eerste oorlog met Carthago werd aan een consul die om voortekenen gevraagd had, door de zieners voorspeld dat de heilige kuikens niet zouden eten. De consul, belust op strijd, gelastte de zieners het opnieuw te proberen. Toen dit niet tot een gunstiger resultaat leidde, greep hij de piepende vogels en gooide hen in zee. vanzelfsprekend werd hij verslagen.

De latere jaren van de Republiek
Na de nederlaag van Carthago begonnen de Romeinen wat schepen en bemanningen betreft te rekenen op de Griekse staten. Het daaropvolgend verval had een toenemende piraterij tot gevolg. Pompejus ondernam een campagne tegen de zeerovers en Caesar werd zelfs door hen gevangen genomen. Nadat hij echter vrijgekocht was, sloeg hijhen neer.

De vloot van het Keizerrijk
Na de nederlaag van Antonius bij Actium had Augustus een vloot van ongeveer 700 schepen van allerlei grootte. Hij zocht de beste ervan uit en stelde hieruit een permanente Romeinse vloot samen. Hoewel Antonius enkele zeer grote schepen had bezeten, behield Augustus wijselijk slechts een schip met zes roeibanken, dat zijn eigen vlaggenschip werd. Augustus stationeerde zijn twee belangrijkste vloten bij Misenum in de baai van Napels en in Ravenna aan deonding van de Po. Later voegde hij er twee aan toe: een voor Egypte en een voor Syri

5 January 2006
By on 20:27
Maritiem verleden in zwaar weer

Onbeschermde Nederlandse geschiedenis onder de waterspiegel dreigt in rap tempo verloren te gan. Alleen wanneer er nu maatregelen worden genomen, kan een cultuurhistorische ramp op zee- en rivierbodems worden voorkomen.

Deze alarmerende conclusie komt na een jarenlange inventarisatie van het maritiem erfgoed in ons land door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA), onderdeel van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB)

Foto: ROB/NISA
Een duiker van het NISA-duikteam zweeft onder water boven een scheepswrak in het Oostvoornemeer.

“De situatie is zorgwekkend”, verklaart Arent Vos, hoofd van het NISA-duikteamin Lelystad. “Of het nu om scheepswrakken, verzonken landschappen of bruggen gaat, zolang archeologische overblijfselen niet fatsoenlijk worden afgedekt, blijven natuurlijke processen hun eroderende werk doen en zal dit materiaal binnen 25 jaar echt verdwenen zijn.
Hij is somber gestemd over de staat waarin sommige van deze onderwatermonumenten zich nu al bevinden. Nederland telet een fiks aantal oudheidkundige restanten van vaartuigen, Romeinse infrastructuur en prehistorische nederezettingen in kust- en binnenwateren. Ze spreken boekdelen over het rijke maritieme verleden van onze voorouders. “Het gevaar komt uit allerlei hoeken. Door bv. de aanleg van de Afsluitdijk, de Deltawerken, uitbreiding van havens, baggerwerkzaamheden voor de kust en in rivieren zijn hele stromingspatronen veranderd. Eeuwenlang met zand en sediment bedekte overblijfselen komen hier door plotseling bloot te liggen en worden door het hard stromende water vernield en weggevoerd. Verder zijn vissers met hun netten, paalwormen die zich in het hout vreten en op oudheidkundige voorwerpen beluste sportduikers risicofactoren. Er moet nu worden gehandeld om niet toekomstige generaties de kans te ontnemen ons facinerende verleden op en langs de zee en rivieren te bestuderen.”
Bron: De Telegraaf, 01 oktober 2005


Foto: ROB/NISA
Het duikteam van het NISA, (twee vrouwen en vijf mannen) is verantwoordelijk voor het vele onderwaterwerk van het archeologisch onderzoek.


Foto: ROB/NISA
Het echoloodscherm is voor de duikers een onontbeerlijk instrument om de juiste plaats te bepalen waar gedoken moet worden.


Romeins schip uit Leidse Rijn wordt behouden voor de toekomst

Op donderdag 06 oktober wordt gestart met de conservering van het Romeinse schip De Meern 1, het meest complete Romeinse schip dat ooit gevonden is benoorden de Alpen. Voor de consevering is een speciaal basin (het grootste van Europa) vervaardigd in Lelystad. Het achterschip (12,5 m. lang) zal daarin in zijn geheel worden behandeld. Naar verwachting volgt over twee jaar het voorschip. Het is het grootste conserveringsprojegt in Europa. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig bodemonderzoek voert de werkzaamheden uit binnen haar gebouw van het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie. Het officiele startsein wordt gegeven door mevr.drs. Judiyh van Kranendonk, directeur-generaal van Directie Cultuur en Media van het Ministerie OCW.

Conservering
Het NISA-gebouw van de ROB beschikt over een conserveringsruimte waar het Romeinse schip de komense jaren wordt behandeld. De conservering met polyethyleenglycol (PEG) vindt plaats in een voor dit schip speciaal gemaakt basin. Het is maar liefst 14 m. lang, drie m. breed en drie m. hoog is. Door de PEG in de bak te verwarmen en rond te pompen worden alle delen van het hout gevuld met PEG. Al het water dat hierbij verdrongen is wordt direct weggepompt. Het hele proces zal naar verwachting vier jaar in beslag nemen. Daar mee is het schip wel veiliggesteld voor de toekomst.

Foto: ROB/NISA

(vervolg persbericht)
De bedoeling is, dat De Meern 1 teruggaat naar Leidse Rijn (Utrecht) naar de locatie de Hoge Woerd, de plek waar zich ee Romeins castellum (fort) bevindt. De ambitie is om het hier -met alle andere bodemvondsten en de aangetroffen inventaris – in een museum tentoon te stellen.

Bijzondere vondst bij toeval ontdekt
Het schip is in 1979 bij toeval ontdekt Tijdens de opgraving van de Romeinse weg bij De Meern (Utr.). Uit metingen van de ROB in 2002 bleek dat het schip opgegraven moest worden omdat het anders zou wegrotten. In 2003 heeft de opgraving plaatsgevonden. Het schip blijkt internationaal een unieke vondst te zijn. Ondanks zijn ouderdom (ruim 1800 jaar) is het bijna in zijn geheel bewaard gebleven. Opmerkelijk zijn de afmetingen van het schip (25 m. lang en 2,5 m. breed). Het schip is hiermee veel ranker dan de Romeinse schepen die eerder in ons land gevonden zijn. Daarnaast lagen in het woongedeelte (roefje) van het schip bijzonder veel uitzonderlijk goed bewaarde voorwerpen. Gereedschap, een fraai bewerkte houten kast en twee kistjes maar ook een
stylus (schrijfpen) en een haardplaats geven een goede indruk van het leven aan boord van dit Romeinse schip. Sporen van lading zijn niet aangetroffen. Wellicht was het schip in gebruik bij ingenieurs en bouwlieden van het Romeinse leger.

Te bezichtigen
Bezoekers kunnen het voorschip zien liggen op de spoelvloer.
Specialisten uit heel Europa hebben zich de afgelopenjaren beziggehouden met deelonderzoeken. De bevindingen zijn -deels- opgenomen in de presentatie rond het basin; in 2006 wordt de volledige publicatie rond dit schip verwacht (zie www.archis.nl,Projecten, de Meern).
Bron: Persbericht ROB/Gemeente Utrecht, 3 oktober 2005

2 October 2005
By on 10:06
Romeinse vrachtschepen

Foto: chrijorIn de 2e eeuw trokken de vissers met hun kano’s de rivieren op voor het vangen van hun vis. Om deze zo vers mogelijk aan wal te brengen hadden zij een oude kano, voorzien van vele gaatjes bij zich en konden zij hun waar levend aan wal brengen. Foto: chrijor Foto: ROB/NISAZo zakten de Romeinen, met hun handelswaar, per schip de Rijn af.

In de 2e eeuw vervoerden de Romeinen allerlei goederen per vrachtschip over de Rijn naar het gebied dat nu Nederland heet. Lang heeft men gedacht dat de hier gevonden schepen in midden of zuid-Duitsland gebouwd werden. Sinds November 2003 is bekend, dat de bomen voor De Meern1,
in Noord-Duitsland groeiden.De drie reusachtige eiken waren van omvang zo bijzonder, dat de bouwers goed gezochtmoeten hebben, om dit drietal bij elkaar te krijgen. Zij werden waarschijnlijk niet over grote afstand vervoerd, dus werd dit schip niet ver van de vindplaats gebouwd. De eerste stam werd voor de bodem gebruikt, de tweede voor de boorden of zijkanten van het schip. Van de derde stam zijn de L-vormige elementen, de kimgangen of spanten, gemaakt. zij vormden de overgang van de bodem naar de zijkanten.

Foto: ROb/NISAEen schip in een tent? Jazeker, en wat voor een schip Foto: ROB/NISAHier ligt een schip verborgen onder het zand Foto: ROB/NISAEr komt steeds meer te voorschijn Foto: ROB/NISADe mastvoet is blootgelegd Foto: ROB/NISAHet heel geconcentreerd schoonmaken Foto: ROB/NISAHet achterschip Foto: ROB/NISAHier is heel goed te zien hoe of zo’n schip gezeild en bestuurd werd. Ook het dak van de roef is duidelijk te zien. Een roef op een Romeins schip wordt als een bijzonderheid gezien want die zijn nog niet vaak gevonden. Foto: ROB/NISAWerkzaamheden in de roef. De roefdeurtjes zijn goed te zien. Vanaf het achterschip had men toegang tot de roef. Deze was opgedeeld in twee ruimtes,want in de voorste ruimte vond men de resten van een ledikant en in het achterste deel bevind zich een kook- en bakplaats. In het schip zijn ook brandsporen van het gebruik van kookplaats gevonden. Evenals een koperen kookpot en een stel molenstenen. Men kon dus met zelf gemalen meel het eigen broodbakken. (zie foto’s in de linker kolom) Foto: ROB/NISAVia het achterschip en mooi overzicht over de woon- en slaapruimte van het schip Foto: ROB/NISAIn de roef zijn ook een gevallen kist en een kast gevonden.


Foto: ROB/NISA
Het schip is nu helemaal vrijgemaakt en ingepakt in een stalen frame. Het is ook met grote stukken “piepschuim” ondersteund en is klaar voor transport.


Foto: ROB/NISA
Een grote kraan heeft het schip uit zijn ligplaats getild en zet het nu op een ponton en gaat het transport naar Lelystad beginnen.


Foto: ROB/NISA
Het transport passeert de Oranjesluizen bij Amstrdam.


Foto: ROB/NISA
Het achterschip van De Meern1 wordt vastgezet in het frame om het opdrijven te voorkomen als het zich (voor twee jaar) in het basin met polyethyleenglycol (PEG) bevindt.


Foto: ROB/NISA[
Een blik in het basin waarin het schip zich bevindt. Nu wordt het geheel gesloten in afwachting van het afvullen. (zie persbericht hierboven)

30 September 2005
By on 05:57